Spring naar inhoud

“Beek Draait Door”

Op woensdag 29 januari 2014 vond het Maatschappelijke Debat 'Beek draait door....alleen als JIJ meedoet!' plaats in het Cultureel Centrum De Elckerlyc te Hilvarenbeek.

Tijdens dit maatschappelijk debat gingen diverse gesprekpartners in gesprek met elkaar, de aanwezige toehoorders en de gespreksleider (Michiel van der Sanden), de volgende gesprekpartners waren aanwezig:

        • Edwin Petersen (Hilvarenbeeks Ondernemers Contact)
        • Henk van der Loo (Stichting Vitaal Hilvarenbeek)
        • Miriam Hooijer (dorpsondersteuner Esbeek)
        • Ralf Embrechts (Belangenorgaan Diessen, Wij-wel)
        • Bep Hagenberg (steunpunt mantelzorg)
        • Olga Oerlemans (huisarts)
        • Rina van Helvert (belangenorgaan Haghorst)
        • Frank Jakowski (Stichting de Oude Vrijheid)
        • Frans Pijnenborg (Winkeliersvereniging)
        • Han Janssen (Contour/De Twern)

Verder namen vanuit de organisatie de volgende personen deel aan het maatschappelijk debat, Michèle de Vries in de rol als sidekick en Net de Graaf als columnist.

Er waren ongeveer 100 à 130 mensen aanwezig tijdens dit eerste maatschappelijk debat.

Hier kunt u de foto's bekijken die gemaakt zijn tijdens het event "Beek Draait Door".

Hieronder vindt u een verslag, vastgelegd door Els Snijders / Accuro Office Services.

1.

Opening en welkom door gespreksleider   Michiel van der Sanden en de voorzitter van de Participatieraad Wmo, Marcel   Berkel

Bij   binnenkomst wordt meteen gestart met het tonen van een aantal korte filmpjes.   De gespreksleider Michiel van der Sanden heet de aanwezigen welkom en   geeft een korte inleiding. Hij legt de opzet van de avond uit. Aan de hand   van vier thema’s zal hij in gesprek gaan met de gesprekspartners en de   aanwezigen in de zaal. Aan elk thema gaat als inleiding een kort filmpje   vooraf. Elk themagesprek duurt maximaal 20 minuten en wordt afgesloten door   columniste Net de Graaf. De vier thema’s zijn: participatie, (mantel)zorg,   eigen kracht/zelfredzaamheid, sociale verbondenheid. Spreker heeft de   afgelopen dagen een aantal artikelen geknipt uit diverse dagbladen ‘gemeente tegen kabinet’, ‘thuis oud worden, maar hoe?’, schaarste aan kader nekt clubs’. Het   zijn maar een paar voorbeelden, maar als dat allemaal op de lokale agenda   komt is de vraag welke keuzes er gemaakt moeten worden, en maakt het uit of   je in een rijke gemeente of in een arme gemeente woont? Moet er gekozen   worden tussen geld aan de zorg geven of een nieuwe sporthal bouwen? Om al die   vragen te kunnen beantwoorden is het goed om die vragen eerst goed in kaart   te brengen. De avond heeft niet tot doel om pasklare oplossingen te bedenken,   maar meer om samen dat veld te verkennen.

De   voorzitter van de Participatieraad, Marcel Berkel, legt uit dat de   Participatiewet in 2007 gekomen is. Het is een samenvoegsel van verschillende   bestaande wetten, maar nog niet volledig ingevuld en uitgewerkt – elk   deelgebied moet nog verder uitgewerkt worden om maatschappelijk te   introduceren. Vandaag nog was de jeugdzorg volop in het nieuws, het kan   allemaal nog even duren. De peiler waarop de Wet maatschappelijke   ondersteuning gebaseerd is, is het overgaan van een verzorgingsstaat naar een   participatiesamenleving. Er zal steeds meer een beroep gedaan worden op eigen   bijdrage en eigen verantwoordelijkheid. De gemeente is verantwoordelijk voor   de uitvoering van de Wmo, maar is daar voldoende geld voor? Marcel Berkel   haalt de vier thema’s aan. Vervolgens nodigt Michiel van der Sanden de   gesprekspartners uit voor het eerste thema.

2.

Participatie

Er   wordt een kort filmpje getoond. De gesprekspartners Edwin Petersen   (Hilvarenbeeks Ondernemers Contact), Henk van der Loo (Stichting Vitaal   Hilvarenbeek), Miriam Hooijer (dorpsondersteuner Esbeek) en Ralf Embrechts   (Belangenorgaan Diessen, Wij-wel) nemen plaats aan de tafeltjes en krijgen 15   seconden de tijd om zich voor te stellen.

Henk   van der Loo (Stichting Vitaal Hilvarenbeek): De stichting zet zich in   voor het belang van senioren rond de thema’s wonen, welzijn, zorg en   dienstverlening.

Ralf   Embrechts (Belangenorgaan Diessen, Wij-wel): Het Belangenorgaan slaat een   brug tussen de gemeente en de kern Diessen. Wij-wel is de nieuwste coöperatie   van het dorp en heeft de regie in eigen hand genomen. De coöperatie begint   met zorg, maar er moet nog veel meer.

Edwin   Petersen (Hilvarenbeeks Ondernemers Contact): Het Ondernemers Contact   probeert de belangen te behartigen van de lokale ondernemers in Hilvarenbeek.

Miriam   Hooijer (dorpsondersteuner Esbeek): De dorpsondersteuner is een   tussenpersoon tussen iemand met een hulpvraag en iemand die die hulpvraag kan   oplossen.

Stellingen/vragen   door Michiel van der Sanden (cursief):

De door de overheid opgelegde participatie   sluit niet aan bij de moderne samenleving?

Ralf   Embrechts: De verzorgingsstaat is mislukt en nu moet men op weg naar   nieuwe solidariteit. Men kan niet meer wachten op de overheid die het gaat doen.   Er is een goede voedingsbodem, maar er zijn te weinig mensen die meedoen.   Vaak zijn het steeds dezelfde mensen en te weinig jongeren.

Henk   van der Loo is van mening dat volledig afhankelijk zijn van de ander die   het voor je doet niet past in een moderne samenleving. Het is modern om eigen   verantwoordelijkheid te nemen en zorg en oog te hebben voor een ander.

Miriam   Hooijer: Esbeek is al een heel eind in de participatiemaatschappij. Haar functie   is daaruit voortgekomen. De laatste jaren is er van alles opgezet zoals ‘De huiskamer’ waardoor mensen kunnen   deelnemen aan sociale activiteiten.

Jarenlang zijn er campagnes geweest dat   vrouwen aan het arbeidsproces moeten deelnemen. Daar zijn allerlei   voorwaarden voor geschapen. Het past dan toch niet om daarnaast allerlei   zorgtaken erbij te nemen? Dat is toch niet te combineren.

Edwin   Petersen is van mening dat het lastig te combineren is. Ondernemers   hebben dagelijks de zorg om voldoende omzet binnen te halen en alles betaalbaar   te houden. Dat sluit volgens hem niet aan bij de moderne samenleving.

Ralf   Embrechts vraagt wie de zorg dan gaat betalen – de overheid kan het niet   meer.

Edwin   Petersen is van mening dat alles wat men nu bedenkt niet aansluit bij de   ontwikkelingen die gaande zijn. Het is prima om voor elkaar te zorgen, maar   dat moet wel aansluiten bij de hulp die een persoon kan bieden. Bij de ene   persoon zal zijn kracht liggen in de persoonlijke verzorging en bij een   andere persoon die minder tijd heeft zal de kracht meer liggen bij financiële   hulp om het voor elkaar te krijgen.

Henk   van der Loo vindt dat de kansen en uitdagingen in de   participatiemaatschappij niet mogen inhouden dat degene die echte zorg nodig heeft   vanuit de verzorgingsstaat, in de kou komt te staan. Met elkaar moet men   ervoor zorgen dat die hulp gegarandeerd blijft en daarnaast moet men geloven   in de kansen om daarin actief te participeren. Hij geeft aan zich daar voor   in te willen zetten zolang hij gezond is.

Het overblijven op school en de naschoolse   opvang is allemaal geregeld omdat beide ouders werken. Dan is er toch geen   tijd meer over om voor ouderen te gaan zorgen?

Henk   van der Loo: Als er geen tijd voor is moet men toch nadenken welke   prioriteit men aan iets geeft. De mensen moeten daar verantwoordelijkheid in   nemen.

Edwin   Petersen is van mening dat het ook te maken met de levensfase waarin mensen   zich bevinden.

Henk   van der Loo behoort tot de categorie die meer tijd heeft dan menig jong   gezin. Gelukkig kan men tegenwoordig afspraken maken over ouderschapsverlof   of zorgverlof om oog te hebben voor zaken die prioriteit hebben.

Ralf   Embrechts is van mening dat het een kwestie is van halen en brengen.   Wanneer de maatschappij iets voor jou doet, mag je ook iets terug doen.

Henk   van der Loo vindt de dorpsondersteuner een prachtige ontwikkeling. Het   zou mooi zijn wanneer de kracht van de ene kern doorsijpelt naar de andere   kernen. De gemeente Hilvarenbeek heeft zes kernen die vaak op zichzelf staan.

Zijn jongeren bereid de forse keuzes te maken   zoals gesteld?

Edwin   Petersen denkt dat de mensen daar niet zo mee bezig zijn. De prioriteit   ligt vaak op een ander vlak. Participatie is een mooi begrip, en anderen   willen helpen ook, maar mensen zijn vaak zo hard bezig om het hoofd boven   water te houden dat het heel moeilijk is om bepaalde prioriteiten te stellen   en daarvoor tijd vrij te maken.

Je hebt kinderen en ouders die ook in de   forse zorgbehoefte terecht kunnen komen.

Edwin   Petersen denkt dat men daarop pas anticipeert als het zich voordoet.

Miriam   Hooijer sluit zich daarbij aan. Mensen gaan actie ondernemen als het   zover is. Nu is het de bedoeling om tevoren al na te denken over dit soort   zaken.

Ralf   Embrechts merkt op dat zorgen voor een ander ook iets heel kleins mag   zijn bijvoorbeeld boodschappen doen of een keer oppassen.

Sidekick   Michèle de Vries mist in de discussie participatie van mensen met een   beperking. Ook die moeten kansen krijgen om te kunnen participeren in het   bedrijfsleven of sport- en verenigingsleven.

Henk   van der Loo vindt Michèle de Vries als belangenvertegenwoordiger van het   Platform Gehandicapten een goed voorbeeld en dat verdient een compliment. Spreker   heeft ook respect voor de uitspraak van Edwin Petersen want de eerste   prioriteit is de zorg voor partner, kinderen en werk. Hij geeft aan dat   mensen zoals hij – die meer tijd hebben – iets meer prioriteit kunnen geven   aan een zorgtaak.

Ralf   Embrechts merkt op dat ouders van jonge kinderen ook tijd willen hebben   om hun kinderen te begeleiden naar een sportvereniging en daar graag trainingen   willen geven.

Vanuit   de zaal wordt gevraagd of participatie ook betekent dat ouders verplicht worden   om te rijden en bardienst te draaien. Spreekster heeft wel eens gehoord dat   ouders een boete krijgen als ze dat niet doen.

Ralf   Embrechts antwoordt dat wanneer iemand lid is van een vereniging zich ook   committeert aan de regels.

Henk   van der Loo vindt dat ouders verantwoordelijk zijn voor de opgroei en   doorgroei van hun kinderen tot ze het zelfstandig kunnen.

Miriam   Hooijer vindt een rijbeurt of bardienst de normaalste zaak van de wereld want   een vereniging draait volledig op vrijwilligers.

Ralf   Embrechts geeft aan dat het gaat om de buurvrouw die eenzaam is – dat men   in de buurt afspreekt wie er op de koffie gaat of boodschappen doet. Dat is   de participatie die men nodig heeft – het nabuurschap moet weer terugkomen.

Participatie is ook voor mensen met een handicap   – zij willen ook mee kunnen doen aan het verenigingsleven.

Vanuit   de zaal wordt door een 83-jarige opgemerkt dat mensen die uit het arbeidsproces   gaan meer vrije tijd krijgen en juist die mensen moeten zich beschikbaar   stellen voor hun omgeving. Als voorbeeld noemt spreker een autoritje om   iemand ergens naar toe te brengen of een soepje brengen bij een van de buren.

Henk   van der Loo vindt dat een goed voorbeeld van participatie. Hij woont bij de   vorige spreker in de buurt en wat hij doet is merkbaar – de buurt heeft daar   profijt van.

Ralf   Embrechts is van mening dat dit aan het uitsterven is bij de nieuwe   generatie. Jonge mensen willen graag starterswoningen en als die mogelijk   gemaakt worden en men vraagt iets terug, dan hebben ze geen tijd. Dat is egoïstisch.

Vanuit   de zaal wordt door een 33-jarige opgemerkt dat erg negatief gesproken   wordt over de jonge generatie. Zij heeft onlangs met een buurvrouw van 55   jaar ‘Een goede buur’ opgezet. Er   is een kaartenbak gemaakt met alle hulpvragen uit de hele buurt en een   kaartenbak met alles wat mensen kunnen aanbieden. Spreekster en haar   buurvrouw worden vaak gebeld met een vraag en in die kaartenbak wordt dan   gezocht wie op dat probleem gezet kan worden. De oudere generatie heeft   kunnen genieten van de zorg die er altijd is geweest, maar de jonge gezinnen   waarvan beide partners werken  moeten   nu de rotzooi opruimen omdat er geen geld meer is. De jeugd probeert het echt   wel!.

Ralf   Embrechts vindt dit een mooi voorbeeld, maar hij blijft toch van mening   dat het te weinig gebeurd. Hij is van mening dat de jeugd in Diessen op dit   moment veel te weinig doet.

Edwin   Petersen vindt dat er een duidelijk verschil moet zijn tussen verzorgen   en verzorging.

Vanuit   de zaal merkt een 34-jarige op dat hij regelmatig zijn zieke buurman   helpt. Jongeren doen echt wel wat!

Edwin   Petersen maakt een opmerking over het ondernemersbeleid vanuit de overheid.   Veel vrijwilligerswerk zou door betaalde krachten overgenomen kunnen   worden.

Ralf   Embrechts vraagt waarvan men dat moet betalen.

Edwin   Petersen is van mening dat een deel van het geld bij het management   gehaald kan worden – dat moet ook eens aangepast worden.

Vanuit   de zaal merkt iemand op dat hij 15 jaar heeft thuisgezeten wegens ziekte.   Starrenbosch kwam vragen of hij vrijwilligerswerk wilde doen en nu werkt hij   daar al een tijd (baliewerk, telefoon en andere klusjes). Hij is begonnen met   3 uur per week en dat is nu al opgelopen naar 7 uur per week. Dat had hij   twee jaar geleden nooit durven denken.

De   aanwezigen geven een applaus.

Columnist   Net de Graaf geeft een samenvatting in dialect.

Beek draait door, alleen als JIJ meedoet’.   Zij dacht: ‘daar moet ik bij zijn’.   Zojuist werd gesproken over mantelzorg en zij dacht dat dit betekende dat je   dan goed voor je jas moet zorgen, dat die niet vies wordt of zo. Maar nu   blijkt dat dit niet zo is, mantelzorg betekent: ‘wie zorgt er voor jou als je oud bent?’. Het schijnt dat jonge   mensen niet meedoen, maar daar heeft zij in Biest geen last van want die   komen altijd heel goed helpen. Esbeek heeft het weer voor mekaar, maar dat is   altijd. Zij kent niet anders – dat is met carnaval en met alles. Het is de   bedoeling om over de schutting te kijken om te zien hoe het met de buurvrouw   gaat. Zij is er niet zo voor om stiekem over de schutting te kijken en te   loeren. Zij gaat liever door het poortje achterom. Jongeren kunnen niet voor   anderen zorgen want die moeten werken, maar dat is leuk voor de opa’s en oma’s   want die mogen dan lekker oppassen. Wat betreft de sociale verbondenheid: zij   voelt zich heel erg verbonden met iedereen die net heeft staan praten en   kiften. Kiften doet zij ook geregeld met haar man, dat is om het spannend te   houden.

 

3.

(Mantel)zorg

De   gesprekspartners Bep Hagenberg (steunpunt mantelzorg), Olga Oerlemans   (huisarts), Rina van Helvert (belangenorgaan Haghorst) en Frank Jakowski   (Stichting de Oude Vrijheid) nemen plaats aan de tafeltjes en krijgen 15   seconden de tijd om zich voor te stellen.

Olga   Oerlemans (huisarts): Een huisarts signaleert veel en krijgt vaak vragen   van ouders over hun kinderen en van kinderen over hun ouders waar men niet   direct iets mee kan. Een huisarts probeert een familiedokter te zijn en   probeert mensen ontvankelijk te laten zijn voor zorg die eventueel geboden   kan worden.

Frank   Jakowski (Stichting Oude Vrijheid): De Oude Vrijheid is een stichting   onder de zes katholieke scholen die onder de gemeente Hilvarenbeek vallen. Samen   met de vier directeuren probeert hij om de zorg op de scholen vorm te geven.

Bep   Hagenberg (steunpunt mantelzorg): Het steunpunt mantelzorg zorgt dat de   mantelzorgers (ook jonge mantelzorgers) geïnformeerd worden.

Rina   van Helvert (belangenorgaan Haghorst): Haghorst heeft een nauwe   samenwerking met het belangenorgaan Diessen, met name met Wij-wel en probeert   zaken rondom zorg en welzijn op te zetten voor de gemeenschap Haghorst.

Stellingen/vragen   door Michiel van der Sanden (cursief):

Weten we wat zorg is?

Rina   van Helvert is van mening dat iedereen wel weet wat zorg is. Geen enkel   kind kan opgroeien zonder zorg te krijgen. Waar het in de zorg om gaat is dat   men zorg moet hebben voor elkaar en ook zorg voor jezelf – vanuit zorg voor   jezelf ontstaat zorg voor elkaar.

Olga   Oerlemans treft als huisarts helaas wel eens situaties aan waar iemand   had moeten zorgen, maar niet iedereen heeft een voldoende groot netwerk die   die zorg op zich kan nemen. Tot voor kort kon men vaak professionele hulp inzetten   (thuiszorg en hulp in de huishouding), maar dat gaat steeds minder gebeuren. Daarom   zijn de huisartsen zo blij met de organisaties die zich oprichten.

Mantelzorg doet denken aan: ‘Met de mantel   der liefde bedekken’. Is dat eigenlijk wat mantelzorg is?

Bep   Hagenberg brengt naar voren dat mantelzorg zo genoemd is vanwege die   mantel van warmte die men om zich heen krijgt, maar mantelzorg is ook   adviseren en doorverwijzen. Jonge mantelzorgers zijn moeilijker te ontdekken.   Binnenkort worden op drie van de zes scholen van de Oude Vrijheid projecten gestart   om die jonge mantelzorgers in beeld te krijgen. De drie scholen die niet mee   kunnen doen worden alsnog benaderd want het is zo belangrijk dat die jonge   mantelzorgers ervan doordrongen zijn dat zij ook hulp kunnen krijgen want als   zij overbelast worden is dat in het nadeel van hun studie.

 

Hoe gaan jullie daar op school mee om?

Frank   Jakowski vernam uit het filmpje dat 11% van de schoolbevolking betrokken   is bij mantelzorg – dat betekent dat iedere leerkracht zich moet realiseren   dat er twee of drie kinderen mantelzorger zijn. De meeste leerkrachten zien dat   niet en daarom is het belangrijk dat die projecten er zijn. Het gaat niet   alleen om aandacht voor kinderen die dreigen overbelast te worden in de mantelzorg,   maar ook om aandacht voor kinderen die verwaarloosd of mishandeld worden. Een   paar jaar geleden zijn de leerkrachten daarin extra geschoold om signalen te   herkennen die daarmee te maken hebben.

Wat zie je dan?

Frank   Jakowski geeft aan dan met name gedragsveranderingen te zien zijn. Een kind   trekt zich terug of wordt druk of agressief. Dat zijn signalen om over na te   denken, maar ook om op school mee verder te gaan. Als het gaat om extra zorg   dan is het belangrijk dat professionals in de buurt zijn om daarbij te   helpen. Schoolmaatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg en   jeugdhulpverlening zijn mondjesmaat vertegenwoordigd binnen de scholen. Het   is erg belangrijk dat aan de voorkant, aan de kant van de preventie, goed gekeken   wordt hoe men die signalen kan herkennen als de problemen nog klein zijn.

Kun je voorbeelden geven wat kinderen als   mantelzorger doen?

Frank   Jakowski heeft in het filmpje gezien dat rekening houden met, en   regelmaat erg belangrijk is. Andere voorbeelden zijn meehelpen in het gezin   zoals boodschappen doen of klusjes. Men moet dat niet problematiseren. Kinderen   die nooit aan mantelzorg doen is een verarming, maar het is net als met   alcohol, alles met mate.

Olga   Oerlemans vindt het genoemde percentage in het filmpje (11%) erg hoog.   Zij benadrukt dat het erg belangrijk is om er voor die kinderen te zijn, ze   een luisterend oor te bieden en tips te geven.

Sidekick:   Michèle de Vries vraagt zich af hoe de sportverenigingen die signalen   opvangen.

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat men daar geen zicht op heeft en eigenlijk ook   nooit bij heeft stilgestaan. Kinderen die voor hun ouders een boodschap doen   of een buurman helpen met een computerprobleem is toch niet echt mantelzorg?

Frank   Jakowski vindt dat kinderen moeten kunnen participeren in het verenigingsleven.   Dat mag niet belemmerd worden door mantelzorg.

Rina   van Helvert zit al een hele poos in de zorg en haalt een   praktijkvoorbeeld aan. Het CIZ verwachtte van kinderen vanaf 5 jaar dat zij   meehielpen in het huishouden. Dat gaat naar haar mening te ver want een kind   van 5 jaar zit juist in een leeftijd om dingen aan te leren.

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat het voor hem vroeger heel normaal was om mee   te helpen. Spreker komt uit een groot gezin en moest iedere week alle schoenen   poetsen – hij was daar zeker een halve dag mee bezig.

Rina   van Helvert is van mening dat een kind van 5 jaar moeten kunnen spelen. Natuurlijk   is er niks mis mee dat het kind aan het einde van de dag het speelgoed moet   opruimen, maar de zorg mag niet worden afgemeten aan het feit dat iemand drie   kinderen heeft in de leeftijd van 5 tot 10 jaar. Er wordt dan wel een druk   gelegd op kinderen die daardoor overbelast kunnen raken en daarmee wordt hen   de mogelijkheid ontnomen om zich op een bepaalde manier te ontwikkelen.

Bep   Hagenberg hoopt dat de gemeente Hilvarenbeek daar voldoende rekening mee   zal houden.

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)   de kortdurende zorg heeft afgekeurd en het voorstel heeft teruggestuurd naar   Den Haag. Voor de langdurige zorg is een akkoord bereikt. Van kortdurende   zorg, dus ook mantelzorg, is nog geen enkel voorbeeld van een wet. Het is nog   maar de vraag of de wet op 1 januari 2015 doorgaat.

Frank   Jakowski merkt op dat het geen zin heeft om te blijven wachten – de trein   rijdt door. Het kost tijd om het allemaal te regelen en iedereen weet dat er   extra taken komen.

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat de gemeenten nog niet weten welke budgetten   ze krijgen – als dat duidelijk is kan men praten over taken.

Bep   Hagenberg merkt op dat de mantelzorg in Hilvarenbeek al vanaf 2005 draait   op vrijwilligers.

Frank   Jakowski geeft nogmaals aan dat het geen zin heeft om te wachten op regelgeving.   Op Starrenbosch werken 16 mensen met een belemmering en zij zijn daar heel   gelukkig. Voor de kinderen betekent het dat ze in aanraking komen met mensen   met een belemmering – die horen bij hun leefwereld en dat kost alleen maar   moeite. Toen Amarant kwam vragen om een dagvoorziening te creëren heeft hij   gezegd dat het in het hele gebouw kon want ze horen erbij op het moment dat   ze binnenkomen.

Mantelzorg is een vorm van zorg die je geeft   aan iemand in je directe omgeving, dat hoort er gewoon bij. Aan de andere   kant lijkt het alsof het iets heel afstandelijks aan het worden is wat   georganiseerd moet worden omdat het anders niet loopt. Ergens vecht dat met elkaar.

Olga   Oerlemans vindt dat iedereen alles wat lokaal is opgezet moet omarmen. De   mensen moeten niet wachten op het budget wat de gemeente krijgt, maar juist kijken   wat ze zelf informeel kunnen regelen en dat uitbouwen.

Frank   Jakowski geeft aan dat de spoeling jongeren dunner aan het worden is. Het   aantal basisschoolkinderen is de afgelopen jaar met 29% (bijna 1/3)   afgenomen.

Bep   Hagenberg sluit het onderwerp af met het volgende gedicht:

Mantelzorg

Vertel eens wat is mantelzorg?
Hoe kom je aan dat vreemde woord?
Bedoel je dat staat voor iets borg?
Heb je die vraag al meer gehoord?

 

Wat zeg je, iemand de hand toe   steken
wie is die iemand, en waarom?
Zijn dat professionals of leken?
Hulp nodig en ik kom

 

‘k weet niet precies wat het   betekent
Iemand helpen is toch gewoon
En dat je daar dan niets voor rekent
Geen salaris dus, of loon

 

Is, omdat je van diegene
Die je helpt gewoonweg houdt
Een medemens heet dan de ene
Die op je steunt en je vertrouwt

 

Mantelzorg noem je dat dan?
Hulp aan man, vrouw je eigen kind
Aan buren, vrienden, als je dat kan
Je dit vanzelfsprekend vindt

 

Maar door al die hulp te geven
Verlies vooral jezelf niet
Blijf er altijd toch naar streven
Dat het leven jou iets biedt

 

Want houd je contacten warm
Vaak moet je anders alleen vort
En is er voor jou geen arm
Die om je heen geslagen wordt.

 

Columnist   Net de Graaf hoorde zojuist iets over ADHD. Dat heeft ze zelf ook wel   eens gehad, meestal was dat als er spanningen waren met haar man. Dat   kinderen van 5 jaar hun ouders moeten helpen is natuurlijk niet goed. Dan   moet je inderdaad instanties aanroepen. Haghorst is altijd heel zorgzaam   geweest – dat kent zij nog van carnaval. Op televisie wordt vaak gezegd dat   er veel eenzaamheid is en daarom moet zij toch weer even terugkomen op het   over de schutting kijken bij de buren – het is dus toch nodig om dat zo nu en   dan eens te doen. Jonge mensen in de mantelzorg te krijgen begint bij jezelf.   Zet ze maar het werk en kinderen doen heus wel een boodschap en helpen   ouderen heus wel – geef ze maar een snoepje. Zij komt zelf ook uit een groot gezin   en iedereen had een taak. Er moest altijd een hele emmer aardappelen geschild   worden – dat moet toch echt iemand doen!

 

4.

Eigen kracht  (zelfredzaamheid)

De   gesprekspartners Ralf Embrechts (Belangenorgaan Diessen, Wij-wel), Bep   Hagenberg (steunpunt mantelzorg) en Frans Pijnenborg (Winkeliersvereniging) nemen   plaats aan de tafeltjes en Frans Pijnenborg krijgt 15 seconden de tijd om   zich voor te stellen.

Frans   Pijnenborg: De ambitie van de winkeliersvereniging is dat iedereen lokaal   boodschappen kan blijven doen en dat er een volledig aanbod is in   Hilvarenbeek en Diessen.

Stellingen/vragen   door Michiel van der Sanden (cursief):

Door de verzorgingsstaat zijn we zo   geworden dat ondersteunen van eigen kracht onze zorg niet meer is. Hebben we   het niet te veel over mensen en te weinig met mensen?

Ralf   Embrechts geeft aan dat de aanwezigen in de zaal die komen meepraten   misschien maar 1% van de bevolking is.

Bep   Hagenberg is van mening dat ieder mens zijn eigen kracht kan vinden.   Sommige mensen denken dat ze echt hulp nodig hebben van anderen, en daar leunen   ze dan steeds op, maar iedereen heeft veel eigen kracht. Ze haalt een voorbeeld   aan: Toen ze een tijd geleden 10 weken plat op bed moest liggen voelde ze   zich waardeloos omdat ze niets voor andere mensen kon betekenen. Maar toen   zij bezoek kreeg merkte ze dat ze kon luisteren, kon antwoorden, kon wijzen   en helpen. Steeds meer mensen kwamen op ‘spreekuur’,   want zo voelde het. Het is maar een klein voorbeeld, maar ieder mens heeft   betekenis en zelfredzaamheid.

Wij vinden dat heel veel dingen geprofessionaliseerd   moeten worden. Als er ergens een probleem is in de maatschappij dan vinden we   dat mensen diploma’s en certificaten moeten halen. Als ze niet gecertificeerd   zijn dan kunnen ze niets meer. Opa en oma die op de kinderen passen moeten   bijna een diploma halen om dat te kunnen doen!

Ralf   Embrechts is van mening dat Nederland een land is van regeltjes en   zegeltjes. De gemeente begint langzaam de teugels los te laten, dat is de   uitdaging van de nieuwe tijd. De dorpsondersteuner kijkt eerst wat je zelf   kunt en dan pas wat een dure witte jas kan. Dat kan men in de dorpen best wel   organiseren.

Is het zo dat wat mensen zelf willen bijna   op de achtergrond is gezet, en dat de hulpverlener meer centraal staat dan   degene die hulp moet krijgen?

Frans   Pijnenborg geeft aan dat soms consultants of adviseurs erbij werden   gehaald. Die creëerden een eigen subsidie en vervolgens hadden ze weer werk   om hun baan overeind te houden, terwijl dat niet de behoefte was. Bij de   winkeliersvereniging zitten de winkeliers zelf in commissies en niet een   professional die het allemaal gaat regelen, anders gaat iedereen achterover   zitten en zegt men later dat het niet geworden is wat men gedacht had.   Wanneer men de persoon deelgenoot maakt van het probleem wordt die persoon   ook zelf mee verantwoordelijk om het op te lossen.

Bep   Hagenberg vraagt aan Frans Pijnenborg of de winkeliers rekening houden   met het personeel die mantelzorg verlenen.

Frans   Pijnenborg antwoordt dat door de ruimere openingstijden van de winkels de   mensen flexibele werktijden hebben. Dat geeft de mensen ook de mogelijkheid   om naast hun werk mantelzorg te verlenen. Soms kan het dan nog teveel zijn en   dan is het een kwestie van met elkaar overleggen en kijken hoe men dat met   elkaar kan oplossen.

Wij hebben lang gedacht dat het zielig was   voor die medewerkers in de winkel omdat ze op zaterdag en zondag moeten   werken, maar eigenlijk is het helemaal niet zielig. Het geeft juist meer   ruimte om te mantelzorgen.

Frans   Pijnenborg ziet ook in andere branches flexibiliteit ontstaan. Die   flexibiliteit geeft mogelijkheden om op andere momenten dingen te doen en   minder zoals we gewend zijn samen te ontbijten. Enerzijds geeft dat rust en   anderzijds onrust in de gezinnen omdat een stukje regelmaat weg is.

Al dit soort benaderingen hebben iets   goeds, maar ook een valkuil in zich. Aan de ene kant wordt gezegd dat we   zeker moeten mantelzorgen, maar aan de andere kant loopt men het risico dat   de eigen kracht wordt ondergesneeuwd. Je moet het juist stimuleren dat de   mensen hun eigen kracht inzetten, maar de valkuil is dan dat de mensen die de   kracht niet hebben om eigen kracht in te zetten, geen hulp durven vragen.   Worden die mensen dan het kind van de rekening?

Ralf   Embrechts is van mening dat mensen hun netwerk moeten versterken. Als   mensen niet zelf die kracht hebben dan moet dat gefaciliteerd worden door de   omgeving. Iedere straat of buurt zou een systeem moeten hebben dat ervoor   zorgt dat niemand er tussenuit valt.

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat er veel mensen zijn die hun eigen kracht   hebben en daarmee in hun omgeving voor anderen kunnen zorgen. Ondersteuning   om dat te koppelen aan informele zorg in een gemeenschap is wel belangrijk.

Frans   Pijnenborg ziet het lokale winkelen als elkaar ontmoeten – even op een   bankje zitten, een praatje maken of koffie drinken. Door de komst van grote   winkelcentra zien de mensen elkaar niet meer en zijn ze ook minder bereid om   elkaar te ondersteunen. De sociale verbondenheid wordt dan minder.

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat de gemeente Hilvarenbeek het een stuk   eenvoudiger heeft dan de grote steden waar wijken zijn met 150   nationaliteiten. Die mensen verstaan elkaar niet, laat staan dat ze elkaar   mantelzorg geven.

Sidekick   Michèle de Vries wil graag dat de discussie meer de richting opgaat van   mensen met een beperking. Hij haalt een voorbeeld aan van een dienstenveiling   enkele jaren geleden. Mensen uit de gemeenschap wilden wel een keer met   mensen met een beperking naar de bioscoop gaan of naar een terras, maar   eenmaal aangekomen bij Prisma en Amarant werd gevraagd om een verklaring van   goed gedrag en moesten er vervolgens wel 33 formulieren ingevuld worden. Hij   wil hiermee aangeven dat de verzorgingsstaat een beetje is doorgeslagen.

Frans   Pijnenborg heeft daar in zijn dagelijks werk vaak mee te maken. Wanneer   iets fout gaat wordt er een regeltje bedacht in plaats van met elkaar in   gesprek te gaan. Op basis van één incident op de honderd wordt een regeltje   bedacht. Spreker is meer voorstander van een aantal basisprincipes van normen   en waarden, of dat nu in de zorg of bij een winkeliersvereniging of een wijk   of dorp is.

Maken wij het te moeilijk en regelen en   organiseren we teveel terwijl het eigenlijk heel simpel is?

Vanuit   de zaal wordt gereageerd dat iedereen graag leunt op de regels van de verzorgingsstaat.   Dat is misschien wel een traditionele fout die burgers maken. Sommige   wetenschappers noemen dat bureaucratisch gehecht zijn. Als burgers een   initiatief hebben gaan ze meteen naar de gemeente om te overleggen of er geld   voor is. Waarom moeten sommige dingen formeel geregeld worden? Waarom kan het   niet informeel en buiten de bestaande structuur?

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat vrijwilligers afhaken omdat in Nederland een   cultuur ontstaan is om eerst de schuldige te zoeken als iets fout gaat.

Vanuit   de zaal wordt gezegd dat dit handelingsverlegen wordt genoemd. Mensen   durven niets meer te doen, bang om fouten te maken terwijl men het meest   leert van fouten. De oude definitie van gezondheid is: ‘als je ziek bent word je geholpen’, want dat was onze verzorgingsstaat.   Nu moeten we naar een andere definitie van gezondheid: ‘het vermogen om je aan te passen aan de omstandigheden’. Dat   betekent als je niet 100% ziek bent er toch nog heel veel eigen kracht is om iets   voor een ander te betekenen.

 

Betuttelen wij mensen die iets hebben   teveel?

Sidekick   Michèle de Vries is van mening dat de verzorgingsstaat de mensen teveel   heeft betutteld en daardoor hebben de mensen afgeleerd om in hun eigen kracht   te staan. Ook in de eigen kracht moeten de mensen kansen krijgen.

Bep   Hagenberg vindt dat mensen tijdig moeten nadenken of ze in hun eigen huis   willen blijven wonen en tijdig moeten nadenken over hulpmiddelen die nodig   zijn om te kunnen blijven wonen.

Sidekick   Michèle de Vries weet dat er – ondanks het bouwbesluit – vaak niet   toegankelijk gebouwd wordt. Hij heeft het laatst nog meegemaakt bij pas   opgeleverde seniorenwoningen.

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat er naar de mensen geluisterd moet worden. Op   het moment dat men ze laat vertellen en daarop anticipeert komt een enorme   eigen kracht naar boven. Die eigen kracht is er wel, maar door zoveel wetten   en regels bedekt dat men niet meer in staat is om te luisteren naar de mensen   die hulp nodig hebben.

Columnist   Net de Graaf: Er zijn altijd mensen met eigen kracht die zullen zeggen: ‘dat kan ik niet’ of ‘dat is niet mijn pakkie an’, maar dat   ligt aan jezelf want anders komt dat ‘pakkie   an’ vanzelf wel. Als je in een klein dorp woont dan zijn de mensen altijd   bereid om iets voor elkaar te doen. Het winkelpersoneel/de moeders moeten   voortaan ook op zondag werken en dan moeten de vaders met de kindjes gaan   fietsen, maar vijf koopzondagen per jaar is nog wel te doen. Zelf hoeft ze   nooit op zondag boodschappen te doen, maar boodschappen doen ziet zij wel als   een gelegenheid om eens lekker met iedereen bij te kletsen. Als zij dan weer   thuiskomst vraagt haar man vaak of ze in alle winkels in Beek moest zijn. Dat   is dan natuurlijk niet, maar zij is wel weer op de hoogte van de laatste   nieuwtjes in het dorp.

 

5.

Sociale verbondenheid/cohesie

De   gesprekspartners Frans Pijnenborg (Winkeliersvereniging), Miriam Hooijer   (dorpsondersteuner Esbeek), Henk van der Loo (Stichting Vitaal Hilvarenbeek)   en Han Janssen (Contour/De Twern) nemen plaats aan de tafeltjes en Han   Janssen krijgt 15 seconden de tijd om zich voor te stellen.

Han Janssen: Wij ondersteunen de initiatieven van   bewoners die niet van de grond komen als ze het zelf moeten doen, wij geven   hen een steuntje zodat ze dat initiatief wel kunnen organiseren en blijven   organiseren, en laten het ook weer los. Het komt neer op het versterken van eigen   kracht en mantelzorg.

Stellingen/vragen   door Michiel van der Sanden (cursief):

Het gebrek aan sociale verbondenheid is   een stadsprobleem – in een dorp is sociale verbondenheid een   vanzelfsprekendheid.

Henk   van der Loo vindt dat sociale cohesie de kracht van Hilvarenbeek is. Het   MCC is een kans om die sociale cohesie handen en voeten te geven.

Frans   Pijnenborg is van mening wanneer mensen elkaar niet meer zien of   ontmoeten en niet meer met elkaar in gesprek gaan en samenwerken, dat er geen   cohesie is. Dat geldt ook voor de winkeliers – zij moeten het ook met elkaar   eens zijn waardoor de mensen komen en elkaar ontmoeten, vertrouwen winnen en   problemen delen en samen oplossen.

Esbeek staat erom bekend een hechte   gemeenschap te zijn.

Miriam   Hooijer is het met die stelling eens. Wanneer zij iemand iets vraagt om   een hulpvraag op te lossen, krijgt zij altijd een ‘ja’. Het is geen opgelegd iets, maar een vanzelfsprekendheid.

Zijn er verschillen in steden en dorpen?   Heeft een dorp misschien wat voordelen op een stad omdat er in een dorp   wellicht nog sociale structuren bestaan?

Han   Janssen is van mening dat er verschil is – een dorp is sterker, maar   sommige stadsdelen kunnen ook eigen kracht ontwikkelen. Er zijn ook   stadsdelen die dat niet kunnen en ontzettend geïndividualiseerd zijn. Cohesie   hangt ook samen met een vraag durven stellen. Iedereen is erg geneigd om naar   een professional te stappen en niet naar een buurman.

Henk   van der Loo kent dat gelukkig in zijn eigen omgeving niet. Contour heeft   in Hilvarenbeek gerealiseerd dat er oog en oor is voor elkaar en dat de   vrijwilligers ingezet worden op plaatsen waar ze nodig zijn. Dat is een   compliment voor Contour.

Frans   Pijnenborg vraagt of Contour nodig is om als stimulator te makelen in   vraag en aanbod.

Henk   van der Loo antwoordt dat Contour dat wel heeft gedaan. In Hilvarenbeek vinden   14 seniorenpartijen elkaar nu veel makkelijker doordat één partij daar misschien   mee begonnen is.

Herkennen jullie dat? Durven mensen hulp   te vragen of is er toch een zekere schroom?

Vanuit   de zaal merkt iemand op dat mensen van een ouderenvereniging die de   kracht nog hebben zich beschikbaar stellen voor de mensen die die kracht niet   meer hebben (bezoek, helpen met papieren, klussendienst). Binnenkort komt een   huiskamerproject van de grond waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Henk   van der Loo geeft aan dat met name dankzij KBO die huiskamer binnenkort opengaat.   Wethouder Roks en het college hebben ook actief meegedacht.

Sidekick   Michèle de Vries vraagt of er straks nog wel vrijwilligers zijn. Overal   is een tekort aan vrijwilligers, dat ziet men ook bij de politiek in   Hilvarenbeek.

Frans   Pijnenborg merkt op dat dit probleem de laatste jaren is ontstaan. De VUT-regeling   en het prepensioen zijn afgeschaft, mensen moeten langer doorwerken. Door al   die regelingen neemt het aanbod van vrijwilligers af.

Vanuit   de zaal merkt iemand op dat hij zich sinds twee jaar bij het Reuzengenootschap   Hilvarenbeek heeft aangesloten. Hij is daar de jongste en hoopt niet dat hij straks   als enige overblijft om het Reuzengenootschap Hilvarenbeek overeind te   houden. Waar blijft de jonge generatie? Het is echt gezellig bij het   Reuzengenootschap.

Vanuit   de zaal merkt een spreker op dat hij het niet begrijpt waarom hij bij een   wijkvereniging wordt uitgesloten voor deelname aan activiteiten. Is dat sociale   cohesie? Mensen met een beperking hebben daar zelf niet voor gekozen! Waarom   worden wij uitgesloten?

De   aanwezigen geven een applaus.

Henk   van der Loo antwoordt dat dit niet is goed te keuren – het past van geen   kanten. Contour, het Gehandicaptenplatform of andere organisaties die welzijn   in het pakket hebben moeten daar oor en oog voor hebben. Gelukkig is het hier   geventileerd en wordt het vastgelegd in het verslag.

Vanuit   de zaal wordt opgemerkt dat men veel terugkrijgt voor vrijwilligerswerk.   Het is absoluut geen eenrichtingsverkeer. Spreekster is vrijwilligster bij de   vorige spreker uit de zaal en benadrukt dat het tweerichtingsverkeer is, het   is genieten van elkaar.

Hebben we daarmee misschien de verkeerde   mensen hier zitten?

Henk   van der Loo antwoordt dat er wellicht heel veel mensen zijn die van deze   avond iets hadden kunnen oppikken. Hij geeft aan wanneer iemand een vrijwilligerstaak   op zich neemt die bij hem past daar zoveel energie voor terugkrijgt. Het is   een wisselwerking. Helaas speelt het probleem van een tekort aan vrijwilligers   bij alle leeftijden.

Er wordt gezegd dat sociale verbonden   helemaal geen vanzelfsprekendheid is. Wat zijn de mogelijkheden om dat te   stimuleren?

Han   Janssen vindt dat mensen met een beperking te vaak bekeken worden op de beperking   terwijl zij ook veel talenten hebben. Wanneer mensen met een beperking   meedoen in de samenleving zie je dat zowel de vrijwilligers als de persoon in   kwestie groeien. Dat is iets om trots op te zijn – dat is wederzijdse   waardering en dan groeit die sociale cohesie.

Mensen gedragen zich niet altijd goed.   Bijvoorbeeld in de nieuwjaarsnacht steken mensen vuurwerk af, maar de volgende   dag vegen ze hun stoepje niet schoon. De rommel ligt er na een week nog.

Han   Janssen is van mening dat er nog niet voldoende sociale cohesie is – daar   moet men samen nog hard aan werken want het is nog steeds zo dat mensen   problemen over de schutting gooien bij de professional of bij de gemeente. Mensen   zullen daar hun eigen verantwoordelijkheid in moeten nemen en moeten elkaar daar   op aanspreken.

Vanuit   de zaal wordt op opgemerkt dat men bezig is de zaak te problematiseren.   Spreker is eigenlijk een stadsmens en werkt al een aantal jaar in   Hilvarenbeek – hij rijdt iedere werkdag een warm bad in. Hilvarenbeek heeft een   rijk cultureel leven, een rijk sportief leven en een rijk sociaal leven.   Natuurlijk speelt ook in Hilvarenbeek het probleem van te weinig   vrijwilligers, maar hij vindt dat Hilvarenbeek moet koesteren wat ze heeft   want dat is de basis van sociale verbondenheid.

Vanuit   de zaal merkt een ander op dat Vluchtelingenwerk niet zo blij is met de   sociale verbondenheid in dorpen omdat ze daar hun vluchtelingen bijna niet   kwijt kunnen. En als dat wel lukt dan leven die mensen vaak in een isolement.   Sociale verbondenheid is vaak voor het eigen clubje.

Miriam   Hooijer merkt op dat in haar dorp een buitenlands gezin goed geïntegreerd   is en zich ook inzet voor vrijwilligerswerk.

In het filmpje werd gezegd als we juffrouw   Annie blijven waarderen dan wordt Nederland een leuk land.

Frans   Pijnenborg vindt het belangrijk dat de talenten van mensen benut worden –   meer accenten leggen op de kracht van mensen.

Henk   van der Loo noemt als voorbeeld een paar horecabedrijven op het Vrijthof   die mensen met een beperking de kans geven om te werken tegen een   vrijwilligersvergoeding. Dat wordt gewaardeerd en die mensen functioneren net   zo volwaardig als een volledig betaalde kracht. Hij vindt dat een compliment   waard voor de horeca op het Vrijthof.

Columnist   Net de Graaf: Zij stelt voor om op het bankje bij de lindeboom af te   spreken, dan weet juffrouw Annie de mensen vast wel te vinden. Zij wist niet   wat cohesie was, maar dat schijnt verbondenheid te zijn. Er werd gezegd dat   die verbondenheid in een stad veel minder is, maar dat is echt niet overal   zo. De verbondenheid in de wijk Broekhoven in Tilburg is erg goed. En kijk   eens naar de verbondenheid in Biest, die is daar heel sterk want alle mensen   daar hebben meegebouwd aan het iDOP-gebouw – ze kwamen allemaal. De broer van   haar man heeft ook een beperking en in Tilburg waar hij woont wordt goed samengewerkt   met de buurtvereniging. Zij heeft in ieder geval genoten van deze avond en   voelt zich heel verbonden met iedereen die er is.

 

6.

Sluiting door Marcel Berkel, voorzitter   Participatieraad Wmo

Marcel   Berkel kijkt terug op een zinvolle avond. Er is veel besproken en wat   niet besproken is gaat ongetwijfeld nog gebeuren. De Participatieraad Wmo   heeft genoeg stof gekregen om na te denken hoe het verder moet met de Wmo, de   participatie en de eigen kracht. Hij is tevreden met de opkomst en ook met   het aantal jongeren die aanwezig zijn. Er werd gezegd dat jongeren meer   betrokken moeten worden, maar hoe dan? Hij heeft verschillende voorbeelden   gehoord van sociale initiatieven die zeer waardevol zijn, maar dat is niet   genoeg want volgens hem zijn er in een dorp als Hilvarenbeek nog genoeg   mensen die geïsoleerd leven en uitgesloten worden van allerlei activiteiten.   Iedereen moet geaccepteerd worden in zijn eigenheid om mee te kunnen doen in   deze samenleving. De hokkengeest zou overboord gegooid moeten worden en we   moeten eens vaker over de schutting kijken. Hij nodigt iedereen uit om mee te   blijven denken. De Participatieraad Wmo is daar een geëigend punt voor –   iedere inbreng en expertise is welkom, ook van jongeren. Hij dankt alle   gespreksdeelnemers voor hun inbreng en ook de gespreksleider en de columnist.   Aan hen wordt een fles wijn overhandigd. De aanwezigen worden uitgenodigd   voor één participatieborrel in de foyer.

Om   22.20 uur wordt afgesloten met het liedje: ‘Mensen welterusten’ van Jan Rot.