Spring naar inhoud

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning

Het ontstaan van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) was een reactie op een aantal problemen. Zo wordt de AWBZ anders gebruikt dan ooit bedoeld was, namelijk voor grote onverzekerbare risico's en voor langdurige zorgvormen. Het beroep op de AWBZ neemt toe en de premie stijgt. Daarnaast hebben mensen die zorg nodig hebben vaak te maken met veel zorgaanbieders en met meerdere financiers of  financieringsbronnen. Dit kan het voor de zorgvrager moeilijk maken een goede keuze te maken. Bovendien wordt er door de verschillende zorgaanbieders niet altijd samengewerkt.

In 1994 werd de Wet voorzieningen Gehandicapten ingevoerd, hierbij kwam de regie en uitvoering van het Wvg-beleid voor het eerst bij de lokale overheden neergelegd.

In 2007 is deze wet overgegaan in de Wet maatschappelijke ondersteuning. In deze wet werden de volgende (bestaande) wetten gebundeld tot één wet.:

  • Welzijnswet
  • Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg)
  • Aantal subsidieregelingen uit de AWBZ (o.a. mantelondersteuning, diensten bij wonen met zorg)
  • De huishoudelijke verzorging uit de AWBZ.
  • De Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ)

De Wet maatschappelijke ondersteuning beschreef een 9-tal prestatieafspraken waarop de lokale overheden diende te acteren.

In het jaar 2015 kreeg de lokale overheid, door decentralisatie van 3 domeinen, nog meer uitvoeringsverantwoordelijkheden vanuit de centrale overheid toegeschoven. Dit is tevens het moment dat de landelijke overheid de Wet maatschappelijke ondersteuning is gaan aanpassen naar de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, welke geldend is vanaf 01-08-2016.

Het is de bedoeling dat er met de Wet maatschappelijke ondersteuning meer samenhang komt in de ondersteuning van de burger. Zo kan iedereen bij één loket terecht met vragen over ondersteuning. Bovendien betrekt de gemeente de burgers bij het ontwikkelen van het gemeentelijke Wmo-beleid. Dat maakt ondersteuning op maat mogelijk. Maatschappelijke ondersteuning omvat activiteiten die het mensen mogelijk maken om mee te doen in de samenleving. Dat kan bijvoorbeeld met werk, vrijwilligerswerk en mantelzorg. Maar ook met goede informatie en advies, opvoedingsondersteuning en huishoudelijke hulp.

Het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) geeft de kaders aan waarbinnen elke gemeente haar eigen beleid kan maken. Een beleid dat dient te zijn afgestemd op de wensen en samenstelling van de inwoners.

Doel van de Wmo.

Het doel van de Wmo is het scheppen van een omgeving en het aanreiken van instrumenten en voorzieningen die ervoor zorgen dat mensen aan de samenleving en maatschappelijke processen kunnen deelnemen en die hun zelfredzaamheid herstellen of bevorderen.

Voor welke doelgroep is de Wmo bestemd.

De Wmo is er voor alle inwoners van een gemeente. Steeds meer inwoners krijgen er mee te maken. Niet alleen door de vergrijzing, waarbij de groep ouderen met beperkingen groter wordt, maar ook door het steeds langer zelfstandig thuis wonen en de vermaatschappelijking (thuiszorg) van de  zorg, wat wil zeggen dat mensen met een beperking of handicap minder vaak in verzorgingshuizen zullen wonen en vaker thuis kunnen blijven wonen of weer thuis kunnen gaan wonen.

Als Participatieraad Hilvarenbeek trachten wij één en ander met betrekking tot de Wet maatschappelijke ondersteuning inzichtelijker te maken via de volgende onderwerpen: