Spring naar inhoud

Agenda 22

Agenda 22, de VN-Standaard regels

Op veel plekken waar gesproken wordt over inclusief beleid voor mensen met beperkingen, duiken de 22 Standaardregels op. Waar komt de term vandaan, wie heeft de regels bedacht, en wat kunt umet de regels als u aan inclusief beleid wilt werken?

            Film gemaakt in Lelystad, die u een indruk geeft van Agenda 22.

 

  • Regel 01: Bewustmaking.
  • Regel 02: Medische zorg.
  • Regel 03: Revalidatie en reïntegratie.
  • Regel 04: Ondersteuning diensten en voorzieningen.
  • Regel 05: Toegankelijkheid.
  • Regel 06: Onderwijs.
  • Regel 07: Werk.
  • Regel 08: Verwerving en behoud van inkomen en sociale zekerheid.
  • Regel 09: Gezinsleven en persoonlijke integriteit.
  • Regel 10: Cultuur.
  • Regel 11: Sport en recreatie.
  • Regel 12: Religie.
  • Regel 13: Informatie en onderzoek.
  • Regel 14: beleidsvorming en -planning.
  • Regel 15: Wetgeving.
  • Regel 16: Econimisch beleid.
  • Regel 17: Coördinatie van werk.
  • Regel 18: Belangenorganisaties van mensen met een functiebeperking.
  • Regel 19: Training van personeel.
  • Regel 20: Registratie en evaluatie van beleid.
  • Regel 21: Technische en economische samenwerking.
  • Regel 22: Internationale samenwerking.

De term Standaardregels

De term Standaardregels is een afkorting van de officiële naam 'de 22 VNStandaardregels Gelijke kansen voor mensen met een handicap'. Deze naam verwijst naar een document, dat de Verenigde Naties opstelden. In het document staan 22 regels. De regels zijn een hulpmiddel voor besluiten over beleid van gemeenten.

Ontstaan van de 22 Standaardregels

De maatschappij is zo ingericht dat mensen met beperkingen lang niet altijd gewoon deel kunnen nemen aan de samenleving. Daardoor ontstaat ongelijkheid tussenmensenmet en zonder beperkingen. De Verenigde Naties (VN) vindt dat deze ongelijkheid verkleind moet worden. De Universele Verklaring van de Rechten vanMens uit 1948 wilden zij aanvullen met rechten voormensenmet beperkingen. In 1993 stelden zij daarom 22 regels op, die een hulpmiddel zijn voor beleidsmakers zoals overheden. Alle lidstaten van de VN ondertekenden de 22 Standaardregels.

Waar gaan de regels over

In de 22 regels staat wat er nodig is zodat mensen met beperkingen gelijke kansen hebben op wonen, werk, onderwijs, en sociale zekerheid. Er staan aanwijzingen in over voorwaarden en verantwoordelijkheden voor de overheid en burgers: watmoet een overheid in huis hebben om de 22 Standaard Regels te kunnen invoeren?

Wat moeten burgers weten?

Wat moeten medewerkers van een gemeente weten over rechten van mensen met beperkingen?

Welke verantwoordelijkheden hebben gemeentes, werkgevers en de burgers zelf?

 

Bedoeling van de regels

Bedoeling van de Standaardregels is dat mensen (gemeenten) weten welke maatregelen zij kunnen nemen voor gelijke kansen van mensen met beperkingen. Met de regels kun je kijken hoe je er als gemeente voor staat:  op welke levensterreinen hebben mensen met beperkingen gelijke kansen? Op welke terreinen lopen we achter? De 22-Standaardregels zijn dus aanknopingspunten voor het maken van inclusief beleid.

 

 


Regel 1: Bevorderen van bewustwording.

Overheden moeten actie ondernemen om de samenleving bewust te maken van het feit dat er mensen met beperkingen zijn en daarmee (dus ook) van hun rechten, hun behoeften, hun mogelijkheden en hun bijdragen.


Regel 2: Gezondheidszorg.

Overheden moeten garant staan voor het bestaan van doeltreffende medische zorg voor mensen met een beperking.


Regel 3: Revalidatie en reïntegratie.

Overheden moeten zorgen dat er voorzieningen zijn voor de revalidatie en re-integratie van mensen met een beperking, zodat zij zo zelfstandig mogelijk kunnen (blijven) functioneren.


Regel 4: Ondersteuning diensten en voorzieningen.

Overheden moeten de ontwikkeling en de beschikbaarheid van ondersteunende diensten voor mensen met een beperking garanderen, inclusief hulpmiddelen, om hen te helpen het niveau van onafhankelijkheid in hun dagelijks leven te verhogen en hun rechten uit te oefenen.


Regel 5: Toegankelijkheid.

Overheden moeten het overkoepelend belang erkennen van toegankelijkheid in het proces van gelijkschakeling van mogelijkheden in alle geledingen van de maatschappij. De overheden moeten voor mensen met beperkingen: (a) actieprogramma's maken om de fysieke omgeving toegankelijk te maken en (b) maatregelen treffen om hen toegang te verschaffen tot informatie en communicatie.".


Regel 6: Onderwijs.

Overheden dienen gelijke kansen als uitgangspunt te erkennen voor basis-, voortgezet en hoger onderwijs in een geïntegreerde omgeving voor kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking. Zij moeten waarborgen dat dit onderwijs een geïntegreerd onderdeel is van het onderwijssysteem.


Regel 7: Werkgelegenheid.

Overheden dienen het principe te erkennen dat mensen met een beperking in staat moeten worden gesteld om hun mensenrechten uit te oefenen, met name wat werkgelegenheid betreft. Zij moeten op de arbeidsmarkt gelijke kansen krijgen voor productief en betaald werk, zowel op het platteland als in de steden.


Regel 8: Inkomensbehoud en sociale zekerheid.

Overheden zijn verantwoordelijk voor het voorzien in sociale zekerheid en behoud van inkomen voor mensen met een beperking.


Regel 9: Gezinsleven en persoonlijke levenssfeer.

Overheden moeten bevorderen dat mensen met een beperking volledig deelnemen aan het gezinsleven. Zij moeten hun recht op een persoonlijke levenssfeer beschermen en erop toezien dat de wet mensen met en beperking niet discrimineert wat betreft seksuele relaties, huwelijk en ouderschap.


Regel 10: Cultuur.

Overheden moeten zorgen voor integratie en deelname van mensen met een beperking aan culturele activiteiten op een gelijkwaardige basis.


Regel 11: Sport en recreatie.

Overheden moeten maatregelen treffen voor gelijke kansen voor beoefening van sport en recreatie door mensen met een beperking.


Regel 12: Religie.

Overheden moeten maatregelen bevorderen die mensen met een beperking in staat stellen gelijkwaardig te participeren in het religieuze leven in hun leefomgeving.


Regel 13: Informatie en onderzoek.

Overheden accepteren de eindverantwoordelijkheid voor het verzamelen en verspreiden van informatie over de leefomstandigheden van mensen met een beperking en zij bevorderen uitgebreid onderzoek naar alle aspecten en problemen die het leven van mensen met een beperking bemoeilijken.


Regel 14: Beleidsvorming en -planning.

Overheden moeten ervoor zorgen dat rekening gehouden wordt met mensen met een beperking bij alle beleidsvorming en -planning.


Regel 15: Wetgeving.

Overheden dragen verantwoordelijkheid om een wettelijke basis te scheppen voor maatregelen die volledige participatie en rechtsgelijkheid waarmaken voor mensen met een beperking.


Regel 16: Economisch beleid.

Overheden dragen de financiële verantwoordelijkheid voor nationale programma's en beleid voor het scheppen van gelijke kansen voor mensen met een beperking.


Regel 17: Coördinatie van werkzaamheden.

Overheden zijn verantwoordelijk voor het oprichten en versterken van nationale coördinatiecentra die moeten blijven functioneren als expertisecentrum voor vraagstukken over beperkingen.


Regel 18: Organisatie van mensen met een beperking.

Overheden moeten het recht erkennen van belangenorganisaties om mensen met beperkingen op nationaal, regionaal en lokaal niveau te vertegenwoordigen. Overheden moeten ook de adviserende rol erkennen van deze organisaties bij de besluitvorming over het beleid.


Regel 19: Training van personeel.

Overheden zijn verantwoordelijk voor het waarborgen van doelmatige training op ieder niveau van personeel dat betrokken is bij de planning en voorbereiding van programma's en voorzieningen voor personen met een beperking.


Regel 20: Nationale controle op en evaluatie van beleidsprogramma;s in het kader van de 22 Standaard Regels.

Overheden zijn verantwoordelijk voor de toetsen van beleidsprogramma's of deze voldoen aan de 22 Standaard Regels.


Regel 21: Technische en economische samenwerking.

Overheden in geïndustrialiseerde landen én ontwikkelingslanden hebben de verantwoordelijkheid om samen te werken om maatregelen te nemen voor het verbeteren van de leefomstandigheden van mensen met een beperking.


Regel 22: Internationale samenwerking.

Overheden moeten actief deelnemen aan internationale samenwerking voor beleid voor gelijke kansen voor mensen met een beperking.

vergroot tekst