Spring naar inhoud

Het Kantelingsproces

Het proces van gemeenten en burgers om gezamenlijk tot een volledige invulling van de compensatieplicht te komen is het kanteling proces. Belangrijkste elementen in de Kanteling zijn informatievoorziening, de invoering van ICF, deskundigheid van ambtenaren, cultuuromslag, actieve betrokkenheid van cliënten en belangenbehartigers. 

Het proces om de compensatieplicht volgens de wet in te voeren is de Kanteling gaan heten. In dit hoofdstuk geven we onze visie op dit proces.

 

Uitgangspunten.

Bij de uitvoering van de Kanteling hanteren wij de volgende uitgangspunten:

  • Elke verstrekte Wmo-oplossing is door individueel maatwerk verkregen;

  • Een hulpvraag wordt integraal bekeken, waarbij alle levensterreinen worden meegenomen;

  • Gemeente, netwerk (mits voorhanden) en aanvrager gaan samen op zoek naar de meest adequate oplossing. Samen wordt vastgesteld welk proleem in participatie of zelfredzaamheid de aanvrager heeft als gevolg van zijn beperking of aandoening. Samen wordt het beoogde resultaat en uiteindelijk de meest adequate oplossing vastgesteld;

  • Elk verzoek om een oplossing te treffen in het kader van de Wmo, wordt volgens de Algemene wet bestuursrecht afgehandeld, waarbij burgers het recht op bezwaar en beroep behouden;

  • De reeds ontstane juridische werkelijkheid wordt in alle situaties als fundament beschouwd.

 

Voorwaarden de Kanteling.

Om de Kanteling binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning goed uit te voeren moeten er aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Hieronder benoemen we de voorwaarden waaraan de Kanteling moet voldoen om een goed resultaat te garanderen.

Voorlichting van burgers

De voorlichting van burgers is een taak van gemeenten (krachtens prestatieveld 3) en cliëntenorganisaties. De gemeente zal een actieve rol moeten vervullen in de voorlichting aan burgers. Cliëntenorganisaties gebruiken hun eigen kanalen om hun leden en achterban te informeren. Naast individuele voorlichting aan burgers die een aanvraag indienen, is ook algemene voorlichting nodig. Daarvoor kunnen bijvoorbeeld de media worden ingeschakeld.

Het resultaat van de voorlichting is dat burgers zijn geïnformeerd over hun verantwoordelijkheid op grond van de Wmo.

Burgers:

  • Kennen de overgang van claimgericht denken naar resultaatgericht denken;

  • Kunnen vaststellen welke inspanning zij zelf kunnen leveren;

  • Kunnen samen met gemeente hun situatie in kaart brengen en zoeken naar de meest adequate oplossing.

ICF voor beschrijving van de totale situatie van burgers.

De Wmo als participatiewet gaat over belemmeringen in het lichamelijke, verstandelijke, geestelijke en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken.

Om die redenen hebben CG-Raad en CSO met de VNG afgesproken om in de Wmo ICF te gebruiken als gestandaardiseerd begrippenkader om de situatie van burgers in beeld te brengen. ICF kan het functioneren van mensen beschrijven vanuit het perspectief van het menselijk lichaam, het menselijk handelen en het maatschappelijk leven. De cliëntenorganisaties zullen erop toezien dat het gebruik van ICF niet leidt tot een limitatieve lijst van voorzieningen.

 

Deskundigheid van ambtenaren.

De VNG, gemeenten en landelijke en lokale cliëntenorganisaties adviseren over de noodzakelijke opleiding en deskundigheid van ambtenaren om de gekantelde Wmo uit te voeren en over de cultuuromslag die noodzakelijk is. Het is daarbij van belang dat de betrokken ambtenaar in staat is om samen met de burger via dialoog te komen tot een adequate vraagverheldering en tot maatwerk. Burgers kunnen gevraagd worden om in de praktijk de deskundigheid van ambtenaren te toetsen. Zoals de heer Wouter Bos in het inleidende film zegt: De mooiste en beste dingen ontstaan als je buiten de bestaande kaders durft te denken.

 

Brede participatiewet - breed beleid.

De Wmo als participatiewet vraagt volgens de cliëntenorganisaties om integraal beleid en denken buiten de geijkte kaders en minutieus geformuleerde regelingen. De compensatieplicht en daarbinnen de resultaatverplichting vragen een integrale benadering, openheid van gemeenten om waar nodig over de grenzen van de Wmo naar oplossingen te zoeken én om een evaluatie met de burger over de gekozen oplossing. Inclusief beleid is hierbij het uitgangspunt. De meest adequate oplossing kan soms op een ander beleidsterrein liggen. Betere ligging van bushaltes bijvoorbeeld kan belemmeringen in mobiliteit verminderen. Voordeel is dat het de participatie van alle burgers bevordert.

 

Betrokkenheid van cliëntenparticipatie en lokale belangenbehartigers.

In artikel 11 Wmo staat dat de gemeente inwoners moet betrekken bij de voorbereiding van het Wmo-beleid. Volgens de Memorie van Toelichting Wmo gaat het hierbij om inwoners van instellingen en organisaties, die worden betrokken bij het Wmo-beleid in volle breedte.

Staatssecretaris Bussemaker constateerde op 10 september 2009 dat de burger nog onvoldoende wordt betrokken bij het Wmo-beleid: "Wmo-adviesraden kunnen burger- en cliëntenparticipatie niet alleen dragen. Vooral de meer kwetsbare burgers zullen ook op andere manieren betrokken dienen te worden bij het Wmo-beleid."

Dit geldt ook voor het kantelingsproces. Om burgers hierbij goed te betrekken is het noodzakelijk om zowel de cliëntenparticipanten (bijvoorbeeld Wmo-adviesraden) als belangenbehartigers vanaf het begin bij de het Wmo-beleid te betrekken.

vergroot tekst